|
Anti-reporter in de nacht Nieuwsuitzendingen en tv-reportages in Europese landen berichten met regelmaat over gekapseisde vaartuigen en aangespoelde drenkelingen. De verwoede pogingen van migranten om via de Middellandse zee de Schengenruimte te bereiken, levert sprekende beelden op van blanke strandtoeristen zonnebadend op luttele meters van Afrikaanse lijken. Lezers van uitneembare bijlagen en glossy magazines zijn vertrouwd met de gevoelens van ongeloof, onbehagen en onmacht die deze schrijnende afbeeldingen teweegbrengen. Als ervaren mediagebruiker herkennen zij ook de vormelijke vereisten waaraan een confronterende foto moet voldoen: haarscherp, precies gekadreerd, onopvallend gephotoshopt. Voor bewegende beelden gelden andere regels met oog op hetzelfde resultaat: de harde werkelijkheid laat zich overtuigend betrappen in onvervalste GSM-stijl en MP4-formaat. Hi-end of low-res, de professionele mediawerker en de amateurfilmer (en de proteur) delen hun vanzelfsprekende missie om de wereld via de camera zichtbaar te maken opdat de pijnlijke waarheid, liefst in één oogopslag, zou worden gereveleerd. Deze dominante ideologie van totale visibiliteit heerst net zo goed in de beeldende kunsten waar ‘het documentaire’ al meer dan een decennium flink is ingeburgerd, niet in het minst omwille van de beschikbaarheid van betaalbare, gebruiksvriendelijke digitale opname- en montage-apparatuur. ‘Het documentaire’ kan worden begrepen als een intensieve aandacht voor de werkelijkheid, die zich vaak toont als een bekommernis voor de harde realiteit van sociale problematieken. ‘Het documentaire’ impliceert de gedeelde overtuiging van makers én kijkers dat bewegende beelden de werkelijkheid niet alleen tonen maar ook blootleggen. Geen beter terrein om dit onuitgesproken geloof in de revelerende kracht van beelden te testen dan het ‘echte’ leven En ook al hanteren ‘documentaire’ kunstenaars meer persoonlijke en minder format gerichte beeld- en geluidstrategieën dan tv-makers, toch onderschrijven beide beroepsgroepen, én hun kijkers, dezelfde dwingende zucht naar explicitatie. Het primaat van de algehele zichtbaarheid klinkt in Sony‘s nieuwste commerciële slogan voor de wondere mogelijkheden van zijn audiovisuele technologie als volgt: “Believe that anything you can imagine you can make real.” Welke cameratechnologie zou Pieter Geenen gebruikt hebben om het nachtelijke Lampedusa te filmen? Wellicht een consumentenmodel met standaard ingebouwde nachtkijker-functie. Het resultaat is een geluidloos, gitzwart beeld waarin witte stippen oplichten. De summiere visuele informatie laat toch toe om een landschap te ontwaren. Aan de einder tekenen zich vaag de contouren van een eiland af. Het water rondom is in de donkerte voelbaar, maar zee, land en lucht vormen haast één naadloze, duistere massa. Misschien voelt het zo ongeveer aan om het Italiaanse eiland in het midden van de nacht in volstrekte illegaliteit te naderen, maar nocturne reikt alleszins geen subjectief shot aan. Dit is geen poging tot een dramatische reconstructie van het hachelijke perspectief van de sans-papier. Dit koppig stille beeld, verstoken van enige zichtbare menselijke aanwezigheid, beoogt noch de benadering van het onverschillige oog van een bewakingscamera (ook al doet de niet aflatende duur van deze opname van op veilige afstand misschien even vermoeden van wel) noch de belichaming van de blik van de filmmaker. Deze ‘documentaire’ video vertelt geen uit het leven gegrepen anekdote, communiceert geen herkenbare menselijke emoties, biedt geen harde informatie. nocturne documenteert niets, tenzij zichzelf. Een beeld dat spreekt over hoe beelden doorgaans ogen en over hoe beelden er ook anders zouden kunnen uitzien, moesten ze meer aan de verbeelding overlaten. Geenens kordate beslissing om de kijker letterlijk een zwart beeld voor te schotelen ‘over’ het Europese vluchtelingenbeleid kan gemakkelijk als een provocatie worden afgedaan. Die overhaaste afwijzing negeert weliswaar een artistieke traditie van de tabula rasa die, eerst in de schilderkunst en dan ook in de film, al een eeuw lang het zwart, of beter gezegd verschillende tinten van zwart koestert en waar Geenen trouwens geen deel van uitmaakt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de anti-film (van Debord, Isou, Wolman, e.a.) die de kijker graag in het pikdonker zet, het abstracte monochroom opzoekt en de betekenis van beeld en klank gretig ondermijnt en zelfs ridiculiseert, mikt deze kunstenaar niet op een bitsige afwijzing van het publiek. Integendeel, Geenen mikt op de activering van de kijker door middel van suggestie. Hij besluipt de werkelijkheid via een omweg en biedt trage, ontvolkte beelden aan waarmee de kijker zelf nog aan de slag moet gaan. Zijn welgekozen locaties wakkeren natuurlijk de verbeelding aan. Haast achteloos vermeld in de titels of generieken van de werken, getuigen ze stuk voor stuk van een voorliefde voor probleemgebieden die in de mainstream media doorgaans spectaculaire coverage opleveren maar hier in rustige, bijna dromerige taferelen verschijnen. Lampedusa in nocturne, de Drieklovendam in atlantis, Cyprus in nostalgia, Oost-Congo in scènes troublées, Korea in een gepland en voorlopig nog titelloos project: deze grensgebieden zijn gedrenkt in langlopende conflicten waar intense emoties, moeilijke geschiedenissen en gewelddadige situaties de nodige afstand afdwingen en het zicht hinderen. De echte reporter omarmt obstakels als opportuniteiten, met de juiste papieren en camera in de hand steekt hij of zij de grens over in beide richtingen. De reizende kunstenaar Geenen kiest resoluut voor de belemmering. In grenszones botst hij daadwerkelijk op de limieten van de mobiliteit. Kan het dan verbazen dat hij in zijn werk de vertraging en zelfs de stilstand opzoekt en vraagt om verscherpte aandacht? Dit is immers het terrein van de verhoogde alertheid, van het turen naar de overkant en het gedwongen luistervinken over de omheining. Verbeelden betekent in dit geval inbeelden. Aan beide zijden van de scheidingslijn woekeren droom- en waanvoorstellingen over de andere kant. Geenen weigert ze te expliciteren, laat staan analyseren. Zijn alternatief: unheimliche plekken vergen unheimliche beelden. Een onpeilbaar Lampedusa (‘la più bella isola del mondo’) bewaakt zwijgend de ingang van het Europese fort. De oevers van de Yangtze verschijnen als schimmige overblijfsels van een verdronken stad. Het oerwoud op de grens tussen Congo en Rwanda vormt het vredige decor voor onschuldige koloniale kiekjes uit een onbestemde tijd. Zonder onderscheid zijn het verraderlijk kalme voorstellingen van tumultueuze werelden. Tegenover de levendige en levensechte verslaggeving die non-stop uit deze oorden wordt doorgestuurd, plaatst Geenen nagenoeg gestolde of bevroren momenten waarin de werkelijkheid haar geheimen behoudt. Weinig andere videowerken lijken zo in zichzelf gekeerd. Alsof ze geduldig wachten om níet in één oogopslag te worden bekeken. Niet toevallig lijkt de nacht het favoriete tijdstip van deze anti-reporter: in de donkere uren waarin we ogen en oren moeten spitsen, lijkt niets wat het is. “Believe that anything that is real you can imagine”. Geenen maakt geen films. Dat wil zeggen: als we onder ‘film’ die kijk- en luisterervaring verstaan waarbij het publiek gevraagd wordt om voor de duur van de vertoning stil te zitten, te zwijgen en op te kijken naar een scherm waarop het beeld van achteraan in de donkere zaal wordt geprojecteerd, dan maakt Geenen geen films. Ook al kunnen sommige van zijn werken wel in die omstandigheden worden vertoond (op film- en video-festivals bijvoorbeeld) en bekeken (op dvd in de eigen huiskamer), toch lenen ze zich eerder tot een andere aandachtscurve. De anti-film, met zijn brutale afwijzing van de vanzelfsprekendheid van het (audio)visuele haalt zijn kracht uit de gijzeling van de toeschouwer. Liever geen beeld, schijnen deze werken te zeggen en ze schotelen de zaal het zwarte niets voor. Geenens summiere audiovisuele stimuli in zwart- en grijstonen daarentegen wensen hun publiek niet af te houden, af te schrikken of af te blaffen. Integendeel, nocturne, atlantis, nostalgia, scènes troublées, ze reiken allemaal een invitatie aan om via ontvolkte, leeggemaakte beelden in een weidse klankruimte te stappen waarin het ondanks alles aangenaam vertoeven is. Herman Asselberghs (Herman Asselberghs is kunstenaar en publiceert onregelmatig over audiovisuele cultuur. In zijn werk bevraagt hij grenszones tussen klank en beeld, media en wereld, poëzie en politiek. Zijn video's 'a.m./p.m.' (2004), 'proof of life' (2005), 'capsular' (2006), 'futur antérieur' (2007), 'altogether' (2008) en 'black box' (2009) werden o.a. getoond in Contour Mechelen, Muhka Antwerpen, Witte de With Rotterdam, Tate Modern, International Film Festival Rotterdam en Rencontre Internationales Paris/Berlin en hij is de winnaar van de Transmediale Award 2007. Herman Asselberghs doceert aan het filmdepartement van de Hogeschool Sint-Lukas Brussel en is stichtend lid van het Brusselse productieplatform Auguste Orts. Hij woont en werkt in Brussel.) |